Gisteren zat ik op de fiets toen er plots een liedje mijn hoofd binnenwaaide. Soms heb je dat. Het ging zó:
Moriaantje zo zwart als roet
ging eens wandelen zonder hoed
maar de zon scheen op z'n bolletje
daarom droeg hij een parasolletje
Hmmm... de eerste regel van het lied rept over ‘zwart als roet’ en dan héb ik het vermoeden dat Moriaantje een negroïde man is, alhoewel dit feit weer tegengesproken wordt door de naam van deze meneer. Want persoonlijk ben ik nog nooit een neger met de naam ‘Moriaan’ tegenkomen en ik denk ook niet dat het een top-tien voornaam is in Afrika. Het verkleinwoord ‘Moriaantje’ zóu een aanwijzing kunnen zijn dat het hier om een lid van de Pygmeeënstam gaat, want de meeste mannen van Afrikaanse komaf zijn juist flink van stuk.
Blijkbaar draagt onze Moriaan doorgaans een hoed. Verderop in het lied zitten aanwijzingen dat hij deze draagt als bescherming tegen de zon. Ook weer vreemd, want als er één volkje in de wereld uitstekend tegen de negatieve effecten van een hoogstaande zon bestand is, dan is het wel de Pygmeeënstam! Blijkbaar is onze kleine man een beetje een flauw type. Maar goed, áls je al gewend bent een hoed te dragen, dan is het helemaal stom om 'm te vergeten, zeker bij een wandeling. Bij een brandalarm kan ik me het nog voorstellen; je rent het huis uit en je vergeet je hoed. Kan gebeuren, toch? En nu we het er toch over hebben; Moriaan is dus zo dom geweest om zijn hoed thuis te laten liggen, maar hij heeft er blijkbaar wél aan gedacht om een parasolletje bij zich te steken! Wat een rare snuiter...
Nu komt er een stukje waar alle causale verbanden volkomen uit elkaar gerukt worden. Want als Moriaan een parasolletje draagt, tegen de zon, dan schijnt de zon vervolgens toch niet meer op zijn bolletje? De derde en de vierde zin zijn dus schijnbaar met elkaar in tegenspraak. Misschien gaat het om een zogenaamd stijlfiguur waarbij éérst de zon op het bolletje schijnt, waarná Moriaan de eerder besproken parasol tevoorschijn haalt. Zeker weten doe je het nooit, maar binnen de context van dit lied sta ik nérgens meer van te kijken.
Maar goed, we hebben het hier dus over een kleine, enigzins kokette neger die rondloopt met een parasolletje. In de seventies zouden ze onze Moriaan waarschijnlijk een ‘funky bastard’ hebben genoemd. Misschien draagt-ie in het weekend wel plateauzolen om zijn geringe lengte een beetje te compenseren. Wedden dat hij vroeger in hele foute discotenten kwam? En ik héb zelfs geruchten gehoord dat hij laatst in het gezelschap is gezien van een kereltje met een bijzonder kort jackje, maar vertel dat maar niet verder...
Gisteren werd ik gebeld door de afdelingssecretaresse met de vraag of ik fotograaf wilde zijn om het ‘team van de maand’ op de gevoelige plaat vast te leggen. Normaal doet collega G. dat, hij is een ervaren portretfotograaf, maar omdat hij zélf deel uitmaakte van het team hadden ze mij gevraagd. Hmmm... blijkbaar heb ik íets te vaak mijn online vakantiekiekje rondgevent... Maar goed, hier op de zaak hebben ze bijna dezelfde digitale camera als ik zelf heb, dus dat moest geen technische problemen opleveren. Het ging goed — een beetje letten op de zonnestand, het grote blauwe Thomsonlogo op de achtergrond houden en allemaal flink inschikken: klik, klik, klik... en het team van de maand staat er fraai op!
Ik ben best vaak op het Leidseplein geweest, de Melkweg en Paradiso liggen er immers om de hoek: tram vijf vanaf het station. Maar nu líep ik naartoe en dat was een beetje gek. Zelfs het weer was erg Amsterdams, zodat we op het Leidseplein een te dure ijsthee dronken in het zonnetje. Geen plannen vandaag maar wel mazzel bij het scoren van zomerse muziek bij Concerto. En we zaten in het reuzenrad op de Dam waar ik pas op het hoogste punt bedacht dat ik in mijn hele leven nog nooit in een reuzenrad had gezeten. Het uitzicht was prachtig, net als de contouren van de stad onder mij. Beloning: het lekkerste softijsje van de stad op de Nieuwedijk. En toen moesten we nog naar Utrecht.

Dat de Peruvianen goed pan kunnen fluiten, wisten we al, maar dat ze ook in staat zijn om iets anders uit een pan te toveren, dat vond ik vanavond híer uit.
Begin jaren vijftig wordt door het Zweeds Instituut voor Huishoudkunde een onderzoek gestart om het keukengedrag van alleenstaande mannen in een afgelegen streek in Noorwegen in kaart te brengen. Dit in navolging van een eerder vergelijkbaar onderzoek bij huisvrouwen. Er worden 18 waarnemers op pad gestuurd die de geselecteerde vrijgezelle mannen in hun eigen keuken gaan observeren. Ze mogen niet met hun ‘onderwerp’ in contact treden om inmenging en dus verstoring van het onderzoek te voorkomen.
Dit is het absurde gegeven van Kitchen Stories van de Noor Bent Hamer. Het échte verhaal draait om Folke, de waarnemer, en zijn ‘onderwerp’, de nukkige oude Isak. De film laat op fijnzinnige en nauwkeurige wijze zien hoe deze twee mannen elkaar naderen en uiteindelijk een hechte band krijgen. Dit is weliswaar een geijkt Scandinavisch filmthema maar toch blijft het heerlijk om te zien met hoeveel hartverwarmend detail dit kleine tragikomische verhaal verteld wordt. Als je ooit al eens een Scandinavische film hebt gezien is dit een aanrader!
Een tijdje geleden schreef ik over de overlast die de lichtreclame van IKEA in Breda veroorzaakte voor de omwonenden. Afgelopen dinsdag werd uitspraak gedaan in een kort geding dat de bewoners hadden aangespannen tegen de meubelreus.

De 42 meter hoge lantaarnpaal moet nu vanaf tien uur 's avonds worden gedoofd en de enorme letters op de gevel worden gedimd tot een aanvaardbaar niveau. De fotograaf van dagblad BN/De Stem maakte deze foto blijkbaar nog vóór tien uur, want de boel brandt nog volop...
Het gefluit van de vogels wordt overstemd door het geluid van een straaljager. Waarschijnlijk is het een F-16 straaljager — niet dat ik het geluid herken maar ik ken nu eenmaal geen andere straaljagers. Trouwens, wat een raar woord is dat eigenlijk: straaljager. Ik kan me nog herinneren dat ik voor mijn achtste of negende verjaardag een superstraalsuizer kreeg, dat klinkt ook vrij belachelijk, maar hij was dan ook van ruimtevaartlego. Even snel proberen: zonzoeker, windvanger, straaljager. Ja, dat past! Zie je wel dat het een raar woord is?
De Subjectivisten organiseren eindelijk weer eens een heuse cd-cirkel, dit keer onder de titel ‘Ik dans alleen op...’ Hoe het werkt? Je neemt een ceedeetje op met leuke (dans)muziek à la je eigen smaak, stuurt dat naar de persoon van wie je de naam en adres hebt gekregen en ondertussen stelt iemand anders ook een ceedeetje samen en stuurt dat naar jou — een soort lootjes trekken eigenlijk! Ene M. uit Nijmegen gaat komend weekend een fijn swingende Latincompilatie ontvangen. En degene die mijn naam heeft doorgekregen heeft zich ook al gemeld...
Ik, gisteren: “ik laat m'n televisie deze week uit.” Waarna, gevat: “Oh wat gek, dat doe ik nou met m'n hond...”
Het voordeel van het uitlaten van de televisie (nee, het toestel blijft gewoon op zijn plek) is dat je 's morgens niet naar het nieuws kijkt en dus een paar minuten over hebt. “Wat je zoal kunt doen met dat beetje extra tijd?” hoor ik u vragen. Nou, een vroeg stukje schrijven op mijn weblog bijvoorbeeld. Het probleem is alleen dat mijn inspiratie dan nog niet wakker is...
Heb je het al gehoord? André Kuipers is van de aardbodem verdwenen — hij is voor het laatst gezien in de Russische deelstaat Siberië.
Deze week is het TV-Turnoff week in de US of A. Eén week geen televisie kijken als protest tegen de eenvormigheid van de media, de macht van slechts een paar grote mediabedrijven die bijna alle kanalen in handen hebben. Tegen de afstomping en de manipulatie van informatie die ongemerkt plaatsvindt. Een initiatief als dit wordt natuurlijk op vrijwel dezelfde hijgerige en onverspannen wijze gebracht als de media zélf, waartegen het protest is gericht. Ik noem dat het ‘Michael Moore’-effect.
Misschien wordt de soep in Nederland minder heet gegeten, maar ik denk dat onze media al veel Amerikaanser zijn dan we ons realiseren. Bovendien is het ook een sociaal experiment; één week zonder televisie. Ik doe deze week mee, maar ik koop wel een extra (Volks)krantje om het nieuws niet al te veel te missen. De Disposable Heroes of Hiphoprisy rapten meer dan tien jaar gelden:
Television, the drug of the Nation
Breeding ignorance and feeding radiation
Op het Stratumseind, dé uitgaansstraat in Eindhoven, hang je je jas binnen en blijf je zelf buiten. Raar. Ik liet de mijne overigens achter in Santiago de Cuba waar het warm genoeg was. Het was al snel te druk om de heupen écht te laten draaien op de salsa, maar gekletst werd er genoeg... dat was iets lastiger in de Altstad, waar als vanouds behoorlijk stevige rock werd gedraaid: some things never change.

Het begin werd trouwens gemaakt bij een culinaire aanrader aan de Grote Berg, want 'In den Bergschen Tuin' kan zeer goed worden gesmikkeld. Geen erg snelle bediening gisterenavond, maar wel heel vriendelijk, dus het tafelde prima. Helemaal aan het einde was er dan weer café de Kram, waar tot spijt van sommigen niet geknuffeld werd. Half vijf: zzzz....

Je kunt zeggen wat je wilt, maar mijn collega-weblogster beschikt over een erg goed reactievermogen. Bovenstaande foto is het resultaat van een stiekeme poging om haar op de gevoelige ehhh.. chip vast te leggen. Hmmm, misschien zit hier méér achter?

Wanneer na zo'n eerste lange avond in het voorjaar de zon boven de weilanden ondergaat en het laatste licht in het rimpelloze water weespiegelt dan is roeien niet alleen zwaar werk, maar ook een indrukwekkende ervaring.
1. Gisteren is inderdaad precies 23 cent van mijn rekening afgeschreven! Ik blijf het vreemd vinden dat je blijkbaar wél 0,2 liter benzine kan pinnen maar géén losse postzegel...
2. De teerling is geworpen en na enige mathematische ingrepen werd bepaald dat de paasprijs naar Theo gaat, hij had alle eitjes snel gevonden en een goede zin geconstrueerd. Gefeliciteerd!
3. Een boel foto's van het wandelweekend op het Krijtlandpad staan vanaf heden online! Feest uw ogen op de het prachtige Zuidlimburgse landschap en haar bewoners.
Het nummer ‘388’ verschijnt op het scherm en ik loop naar voren. “Dag postbeambte, ik ga een brief versturen en daarom wil ik een postzegel van 39 cent kopen.” De ambtenaar kijkt me licht geïrriteerd aan. “Die gaan alleen per vijf,” zegt hij kortaf. Nu weet dat ik nog precies één euro heb, en dat is dus niet genoeg voor vijf zegels. Bovendien wil ik er maar één, want ik heb maar één brief. “Tóch moet u er vijf tegelijk kopen,” houdt de man met de snor vol. Ik twijfel. “Okee, maar dan wil ik pinnen, want ik heb niet genoeg geld bij me.” “Dat kan niet, wij hebben hier geen pinautomaat. We zijn geen winkel!”
Ik stel voor om te chippen maar dat is helaas ook niet mogelijk. “U kunt hier buiten contant geld uit de muur halen, bij de Giromaat,” zucht de man achter de balie. “Ja fijn, en dan kan ik hier weer achteraan aansluiten zeker? Voor één postzegeltje!” De man kijkt me stoïcijns aan en zegt: “Graag of niet.” Ik slik mijn woede in — ruziemaken met een ambtenaar heeft geen enkele zin, weet ik uit ervaring. Ik loop morgen wel even binnen bij het postagentschap bij mij om de hoek, daar verkopen ze gewoon zegeltjes per stuk, zoals het hoort.
“Kunt u mij vertellen waar we hier in de buurt kunnen tanken?” vroeg ik. De bardame keek naar even naar onze grote rugzakken. “We zijn te voet,” voegde ik eraan toe. “Eeuuhh, te voet?” Ik knikte. “Nou... dan moet je hier rechtsaf achter de kerk doorlopen en dan aan het einde links, het spoor over en daar is een tankstation.” Ik bedankte haar waarna we onze rugzakken omhesen en het cafeetje verlieten. “Hoie!” riepen we in koor.
Het tankstation was gesloten — het was immers zondag — maar dat was geen probleem: je kon er via een automaat met een pinpas of creditcard tanken. Ik voerde mijn pas in en toetste de pincode en het beoogde pompnummer in. “Hou jij de fles maar vast,” stelde ik voor. Ik nam het vulpistool in mijn rechterhand en kneep stevig in de hendel. Bruisend en schuimend kolkte een golf Euro loodvrij de trechter in om meteen in de brandstoffles te verdwijnen.
“Ho maar! zo is het wel genoeg!” Ik liet de hendel los en keek naar het display van pomp twee. Er stond dat we precies 0,20 liter benzine hadden getankt, ter waarde van 0,23 euro. Ik schroefde de fles stevig dicht, trok de plastic zak erover en stopte het geheel weg in een zijvak van de rugzak. We hadden ruim voldoende brandstof om de maaltijd te bereiden, macaroni met saus, en thee en chocolademelk te maken voor vanavond. Nu maar hopen dat er inderdaad slechts 23 cent van mijn rekening zal worden afgeschreven!
Dankzij een mailtje van Tom uit Geel (bedankt!) kwam ik erachter dat mijn favoriete garagerockbandje weer aan het toeren is. Dat wordt dus weer een ouderwetse Dead Moon Night zaterdag 15 mei in Utrecht of vrijdag 4 juni in Den Bosch. En ze hebben zelfs nieuw (nou ja) materiaal uit! Even kijken hoe ik hun laatste herrieplaatje snel in huis kan krijgen...
Vandaag verhuist er weer een plaatsnaam naar de kolom gezien op mijn Nederlandse-stedenlijstje. Op deze frisse Paaszaterdag zet ik namelijk voor het eerst in mijn leven voet op het beroemde Vrijthof in hartje Maastricht. Die voet (mét wandelschoen) stapt weliswaar in een grote regenplas die het gevolg is van het grijze en regenachtige weer, maar ik bén er toch maar. Zelfs de Nederlandse Spoorwegen hebben me er niet van kunnen weerhouden om het uiterste zuiden van het land te bereiken. Een korte maar leuke stadswandeling heeft me vanaf het station over de Sint Servaasbrug geleid, langs de Kesselskade naar de Markt en vervolgens door kleine straatjes via de Onze Lieve Vrouwekerk naar het Vrijthof. Hier houdt de rode toren van de Sint Jan de wacht en kijkt hij uit over een natte Maasstad.
Het is inmiddels wat harder gaan regenen zodat het tijd wordt om het Bourgondische karakter van de Limburgers nu binnenshuis verder te beproeven. In een klein zijstraatje van het Vrijthof ligt eetcafé ‘De Dikke Dragonder’ waar de sympathieke kok druk in de weer is om zijn gasten van een stevige maaltijd te voorzien. Hier is het goed toeven hier, want het is knus en warm en het eten smaakt voortreffelijk; ik heb zalmfilet in bladerdeeg met een licht zoete saus... heerlijk! Héél stiekem hoop ik dat het blijft regenen vannacht want het is lang geleden dat ik voor het laatst op een zolderkamer heb geslapen!
En dan volgt hier de uitslag van het digitale eieren-zoeken! Als je alle zes eitjes hebt gevonden dan kun je het volgende zinnetje vormen: Prettig Paasfeest en een vrolijk voorjaar. En misschien heb je ook nog een bonus-eitje gevonden dat in Guatemala in een hoekje lag. Webloglezers Nic, Marieke, Nathalie en Theo hebben alle vier alle zes de eitjes gevonden en gecombineerd tot een juiste zin zodat één van hen de felbegeerde Paasprijs binnenkort gaat ontvangen! Vanavond ga ik eens op zoek naar een dobbelsteen met vier zijden en dan zal het toeval bepalen wie de gelukkige winnaar wordt... span-núnd!
Vroeger, toen ik nog een klein jongetje was, zat ik op school net als andere kinderen. En omdat ze op de lagere school in ons dorp niet zo goed meer wisten waar Pasen ook weer over ging, christelijk gesproken, was het voor de meeste kinderen het feest van de eieren. Er bleek ook nog een paashaas in het spel, maar dat heb ik nooit zo begrepen, want wanneer legt een haas nou eieren? Affijn, eieren dus: schilderen, verstoppen, zoeken en opeten. Vet cool was dat! Wij gingen altijd zoeken in de grote tuin van de pastorie in het midden van het dorp, misschien om de christelijke cirkel weer een beetje rond te lullen.
Die tijden van pril zoekgenot komen helaas nooit weer, maar om toch een beetje in de stemming te komen heb ik in deze weblog her en der wat gekleurde digitale paaseitjes verstopt. Als je een eitje gevonden hebt en je houdt je muis even stil bóven het eitje, dan verschijnt er een woord. Er zijn exact zes paaseitjes verborgen, die dus zes woorden opleveren. Zet ze in de juiste volgorde, maak er een zin van en mail die naar Heuvelachtig. Na het weekend verloot ik een leuke paasprijs onder de juiste inzendingen! Fijne paasdagen allemaal!
Even een vraagje tussendoor, ik ben gewoon nieuwsgierig naar wat jullie ervan vinden. Is dit een correcte zin in het Engels, of kan hij beter of mooier?
“Normally you need not change this setting to switch to [..]”
Vandaag een Prokorn-brood aangeschaft, een grappig meergranenbroodje, klein en zwaar met witte stippen. Volgens de bakker zit er lijnzaad en soja in. Daardoor smaakt het misschien wat ‘olie-achtig’, een beetje zoet zelfs. Er zit de helft van de normale hoeveelheid zout in. De prijs die ik moest betalen voor dit fijne stukje vezelrijke voeding was 1,25 euro voor een brood 3/4-grootte. Wel lekker, maar iets minder dan Waldkorn (mijn referentiebrood.)
Een tent is net een onderbroek, na verloop van tijd wordt het elastiek slap. In mijn tent zitten zelfs drie elastieken: in iedere fiberglasstok ééntje, om de segmenten bij elkaar te houden. Na vijftien jaar trouwe dienst is alle rek eruit — vervanging is dan de enige remedie. Een tijdje geleden had ik bij de specialist het spul per meter kunnen kopen en gisteren was het moment van opereren aangebroken...
Het grootste probleem was het eruit halen van de oude elastieken, want de knoopjes aan de uiteinden van de stokken waren dichtgesmolten en zaten diep verborgen in de metalen huls van de fiberstok. Na enig nadenken nam ik mijn boormachine (die heb ik) ter hand en boorde met het langste boortje dat ik kon vinden de knoop kapot. Geniaal! Een beetje gevaarlijk, dat wel, maar verder geniaal... de stukjes vlogen in het rond en poes was in haar nopjes.
Het inzetten van de nieuwe elastieken ging vervolgens vrij vlotjes: knoopje erin, aansteker eronder, doorvoeren door alle stokken, flink trekken en op spanning brengen, knoopje erin frummelen en ptoííínng — klaar is de tent! Nu nog even de haringstand controleren, Erwin Krol bellen en dan kan er weer lustig gekampeerd worden.
“Jullie lijken totaal niet op elkaar,” sprak de vriendin van mijn middelste broer op plechtige toon. Het klonk als de conclusie van een vergelijkend onderzoek dat nooit had plaatsgevonden, behalve waarschijnlijk in haar hoofd. Maar het was wél waar, dat moesten we allebei toegeven. Ik knikte en nam nog een hap van de overheerlijke spaghetti met gehaktsaus die ze gemaakt had. De stevige Italiaanse kost smaakte erg goed na een dag hard sporten, fietsen en klussen.
Dat mijn broer J. als eerste van ons drieën een heuse doorzonwoning in een dorp op het platteland zou kopen, dáár had niemand op gerekend. Maar toch is het zo. Het optrekje dat hij en zijn vriendin hebben gekocht zou voor mij een reden zijn om te wanhopen, voor hén is het een uitdaging. Een grote nieuwe keuken plaatsen en aansluiten, het aanleggen van een complete badkamer, alle vloeren van laminaat en ondervloer voorzien en íedere vierkante meter muur bikken, schuren, plamuren, schuren, voorbehandelen en verven, dat soort dingetjes.
Stuk voor stuk uitstekende redenen om te verhuizen, lijkt me... Maar goed, wij lijken dus inderdaad niet op elkaar. Om toch een beetje goede wil te tonen heb ik afgelopen zondag meegeholpen met wat vuil werk, zoals het afborstelen en voorlijmen van een paar muurtjes. En toen ik midden tussen de rommel stond wist ik meteen dat al dat harde werk niks voor mij is, ik ga liever honderd kilometer fietsen, een paar uur roeien of drie weken door Guatemala rondtrekken. Maar het gaat een prachtig huisje worden als alles straks klaar is, dat weet ik zeker!
Een beetje duf van het zware kluswerk in het nieuwe huis van mijn broer sta ik te wachten op het groene fietsertje. Als-ie even later verschijnt zet ik aan op de trappers en kijk nog snel even om over mijn linkerschouder. Maar goed ook, want er komt een zwarte Volkswagen met grote snelheid aanscheuren en die snijdt mij onder luid gepiep van té brede banden. De auto draagt een Duits kenteken en bevat drie kale heren terwijl uit de autoradio foute electrohouse klinkt. Ik ben moe en traag van reactie, dus voordat ik boos kan worden is de auto allang voorbij.
Bij het volgende kruispunt, ik nader inmiddels de kop van de Boschstraat, stopt er een Renault vlak naast me. De auto voert een Frans kenteken en dat is niet vreemd in de buurt van de Boschstraat. Voordat de bestoppelde Franse jongeman zijn vraag stelt heb ik 'm al geraden: “Coffeeshop, where?” Zucht... wanneer leren ze nu eens dat éne zinnetje in het Nederlands? Ik haal mijn schouders op — ze zoeken het maar uit.
Nee, ik zie het er nog wel van komen, één groot Europa. Maar niet volgend jaar...
De ochtend van deze eerste vrijdag in april is al voorbij als we in Wijk bij Duurstede aankomen, het oude middeleeuwse stadje waar we vorige week het Utrechtpad hebben verlaten. Na een bezoekje aan de kasteelruïne van Slot Duurstede en een korte wandeling door het fraaie ‘Wijk’ wandelen we over de Landscheidingsweg naar het oosten; aan de horizon zijn de contouren van de Utrechtse Heuvelrug al zichtbaar maar helaas is het vrij heiig weer en dat belemmert de échte vergezichten.

Halverwege de lange rechte dijk verlaten we voor het eerst het asfalt en duiken de met knotwilgen begroeide veengebieden in. Dit is het soort paadjes waar we voor zijn gekomen! Na een kilometer of vier begint het landschap plots te veranderen: de natte rivierkleibodem maakt plaats voor prachtig monumentaal bos dat ridderhofsteden als Broekhuizen en Schevikhoven herbergt. We pauzeren even aan de rand van de kasteeltuin voor een lunch van boterhammen, tomaten en thee en wandelen vervolgens naar het dorp Leersum waar de Utrechtse Heuvelrug begint.
De smalle weg loopt steil omhoog langs een oud kerkhof waarna een wandelpad aftakt, naar een enorme protserige graftombe voert en dan weer het dichte dennenbos induikt. We lopen over de zachte bosbodem naar het ruige heidegebied Breedeveen en de Leersumse Plassen, een belangrijk broedgebied voor talloze vogelsoorten. We schuilen even voor de regen in de vogelobservatiehut en vervolgen onze weg daarna over de prachtige en verlaten Ginkelduinse Heide.
Het wandelpad kruist een autoweg en gaat dan het heuvelachtige Zuilensteinse Bos in, op weg naar de Amerongse Berg, die we voor de volgende keer bewaren. Het is inmiddels al half zeven geworden en bovendien regent het lichtjes, dus we besluiten in Amerongen de bus terug naar Utrecht te nemen, waar we iets na acht uur aankomen, doodmoe maar tevreden.
Update: ik heb een nieuw fotoboek aangemaakt met de foto's van het Utrechtpad tot nu toe. Bij iedere wandeletappe wordt het album aangevuld...
Ik stond te wachten voor het fietsverkeerslicht en twee meisjes van een jaar of 14 stopten naast mij. Ze smiespelden onderling, zoals meisjes van die leeftijd horen te doen.
“Durf jij het te roepen?” vroeg er één. Zachtjes.
“Ikke wel,” zei het andere meisje stoer.
“Lekker díííííng!” riep ze keihard over het kruispunt.
Her en der keken mannen om.
De meisjes giechelden en reden weg.







