In Yokohama vind je vast geen restaurant 'Eindhoven'. Andersom wel: de Japanse teppan-yaki is inmiddels een redelijk ingeburgerde keuken in Nederland. Teppan-yaki is trouwens gewoon een duur woord (en niet alleen het woord is duur..) voor gourmetten op zijn Japans. Een kok met een hoofdband staat een beetje te smijten met je eten; daar komt het wel op neer. Dat smijten gebeurt overigens wel zwierig en vakkundig zodat al het lekkers kortstondig en uiterst precies bereid wordt op een gloeiende plaat. Voor je 't weet vliegt er weer een nieuwe gang van garnalen, saté of gegrilde groenten onder je neus.
Om dit vermakelijke spel nog iets vermakelijker te maken geven die rare Japanners er geen fatsoenlijk bestek bij. Wel stokjes. Dat vinden zij dan weer fatsoenlijk bestek. Maar ik niet. Bij de eerste paar happen sushi katapulteer ik de stukken vis onbedoeld over tafel. Mijn tafelgenote lacht en doet voor hoe het moet. Zou zij Japanners in de familie hebben? Ik kijk de kunst af en verbeter mijn knijptechniek. Een gefrituurd stukje aubergine belandt na twee pogingen daadwerkelijk in mijn mond: hoera! En het is nog lekker ook. Gedurende de avond verbeter ik mijn techniek en verorber ondertussen de heerlijkste Japanse gerechten. Sayanora!
Ik had al een tijdje last van een rammelende voet. Eerst dacht ik dat het mijn maag was, maar na het preventief eten van een Twix was het geluid er nog steeds. Het kwam van lager: iedere keer als ik een stap zette hoorde ik een licht reutelend geluid. Ja, het was eigenlijk meer reutelen dan rammelen. Hmmm... vervelend.
Ik ging op mijn linkerbeen staan en zwierde het rechter van voor na achter.
Absolute stilte.
Daarna was het linkerbeen aan de beurt om gezwierd te worden.
Reutel!
Whoah!
(Misschien was ik zonder het te weten in mijn slaap door buitenlanders buitenaardsen ontvoerd en hadden ze me bij wijze van experiment een kunstmatige knie gegeven en was die nu uit de garantie. Maar dat is onzin natuurlijk want ik woon niet in Amerika. Nee, er moest iets anders aan de hand zijn. Maar wat?)
"Bliep!" zei het automatische poortje dat ik zojuist mijn knalgele sleutel te eten had gegeven. "Grrrmbl", dacht ik, "ze kennen me nog." En zo stond ik gisteren weer sinds maanden tussen de martelwerktuigen fitnessapparaten. Om een lang verhaal kort te maken: auw!
Op het werk heb ik aan twee kanten windows: recht voor mijn neus op de computer en aan mijn rechterkant om door naar buiten te kijken. Achter laatstgenoemde hangen grote blauwe zonweringen. Achter? Inderdaad want ík ben immers de gebruiker en niet die toevallige passant. Nu is het wonderlijke aan deze automatisch gestuurde dingen dat ze naar beneden gaan als de zon achter de wolken verdwijnt om pas omhoog te komen als hij weer gaat schijnen. Of, zoals een collega droog opmerkte: "ze hebben de plus en de min omgedraaid." Tja, je werkt bij een technisch bedrijf of niet...
Dit wordt een weblogstukje over een krantenartikel over deze weblog. Euhh... een soort Droste effect zeg maar. Of is dit een ordinair geval van zelfbevlekking? Hoe dan ook, vandaag staat mijn weblog in de weekend-bijlage van BN/DeStem. Sinds enige tijd besteedt de krant in een serie artikelen aandacht aan weblogs van mensen uit Breda en omgeving. Deze week was Heuvelachtig.nl aan de beurt.

"Zonder opsmuk. Duidelijk. Overzichtelijk. Met mooie foto's. En best wel grappig." Zo luidt het beknopte oordeel over deze weblog. Wat leuk dat het overkomt zoals het bedoeld is.
"Of je leuk kunt stappen in Leiden?" vraagt de in een fout leren jasje gestoken bassist van Kitty Wu uit Kopenhagen. De band komt na afloop van hun optreden uit de kleedkamer tevoorschijn om te zien wie er in hemelsnaam geïnteresseerd zou kunnen zijn in een handtekening. In Denemarken hebben ze weliswaar een flinke reputatie opgebouwd maar hier in Nederland is het sappelen. Ze spelen slechts in drie steden: Breda, Leiden en Haarlem. Gisteren stonden er nog geen dertig man aan publiek in de grote zaal. En dat is behoorlijk onterecht want hun optreden was strak, melodieus en euh.. erg Deens. Hun soms hypnotisch beukende gitaarwerk heeft flink wat overeenkomsten met de muziek van Kashmir, ook uit Kopenhagen. De jongens van Kitty Wu zijn sympathiek, een beetje verlegen maar toch wel spraakzaam. Typisch Deens. Net zoals de vraag van de bassist.
Hoewel wij Nederlanders in tegenstelling tot bijvoorbeeld Marokkanen nauwelijks een straatcultuur zeggen te kennen heeft ons land een zeer hoge openbare zitbankdichtheid. Toen ik vanochtend langs een woonblok bij mij in de buurt fietste zag ik zelfs twee houten banken náást elkaar staan. Dat vond ik vreemd.
Naschrift:
Het stukje was eigenlijk nog niet helemaal af omdat ik naar een erg saaie Q1 meeting moest. Maar ik had dus bedacht dat er eerst één bankje had gestaan en dat dat bankje steeds populairder werd zodat je steeds vroeger moest komen om nog een plekje te bemachtigen. En dat de oude mannetjes uit de straat hun wekker heel vroeg zouden zetten om stilletjes naar het bankje te sluipen om er als eerste te zijn.
Ha! Leer mij oude mannetjes kennen. Je kunt er wel makkelijk over praten maar het blijven territoriumdieren natuurlijk. Bij het krieken van de dag ontstonden steeds vaker felle gevechten tussen de oude mannetjes. Het liep de spuigaten uit, zeker in het voorjaar. En toen heeft de gemeente besloten om een tweede bankje erbij te zetten. En de rust keerde weerom.
Hoewel het al een tijdje bekend was meldt de website van de Noorse band Madruga dat drummer Simen Vangen de band inderdaad gaat verlaten. Dat is erg jammer want zijn hoekige drumwerk tilde het laatste album 'Grit' naar een ongekend hoog niveau. Maar het goede nieuws is dat er eind februari een nieuw album uitkomt (waarop Simen nog meespeelt) dat gevolgd wordt door een korte tour in april. Helaas staan er alleen Noorse locaties in het schema, dus als dat niet verandert moet ik misschien maar naar Noorwegen op vakantie dit jaar...
Het is bitter koud vandaag en om warm te blijven trappen we zo hard als we kunnen naar de Amstel. Na een tijdje fietsen komt de rivier als een breed fonkelend lint in beeld. We steken het lint over en huiveren bij de aanblik van het ijskoude water. Over een paar minuten zullen wij ons precies daar bevinden, slechts van het water gescheiden door de dunne romp van een roeiboot. We zijn namelijk uitgenodigd door S. en haar zus E. om op deze zonnige zondag te komen roeien bij 'hun' roeivereniging Willem III. Dat het goed roeiweer is vandaag blijkt wel uit een rivier vol met tweeën, vieren en achten. Maar wij sjouwen een gestuurde drie met scullriemen (twee riemen per roeier) uit de loods en leggen die aan het vlot in het water.
Over roeien zeggen ze hetzelfde als over fietsen: je verleert het nooit. En dat blijkt gelukkig ook: vrijwel onmiddellijk na vertrek hebben we de slag te pakken en stuurt E. ons als een ervaren roeiploeg (ahum) over de Amstel. Nee echt, het gaat best goed! In het begin is het koud maar na honderd slagen zijn onze spieren en handen opgewarmd en genieten we van een prettig roeitempo. En natuurlijk van een winters en zonnig Amsterdam dat als een prachtig décor aan ons voorbij trekt. We roeien langs de wolkenkrabbers aan de Omval, onder de Berlagebrug door helemaal naar het Amstel hotel. De sluizen staan open maar we durven er niet doorheen uit angst dat ze gesloten zijn als we later terugkeren. Dus maken we hier rond en roeien hetzelfde stuk terug naar het botenhuis van de roeivereniging waar we aanleggen en daarna moe en stram aan vaste wal stappen.
Daarnet zag ik Zhang Yimou's House of Flying Daggers die vandaag in Nederland in première ging. Yimou is een van de bekendste regisseurs van China en maakte films als 'Raise the Red Lantern' en 'Hero'. Wat betreft stijl en thema's is deze film min of meer een vervolg op laatstgenoemde film uit 2002. Zelfopoffering, fatale liefde, eerzucht en heldhaftigheid spelen ook nu weer een allesbepalende rol. Het plot is niet erg ingewikkeld maar de symboliek wordt door Yimou in een bijna perfect spel van kleur, licht en beweging gevat. De beelden zijn zo ver gestileerd dat zelfs de meest gewelddadige scenes een sprookjesachtige sfeer krijgen. Ik vond 'm overigens net iets minder sterk dan 'Hero' maar toch zeker de moeite waard.
Over een uur zit ik in de stoel van de tandarts en daarom wil ik jullie allemaal uitnodigen om met mij mee te leven. Alvast heel erg bedankt voor de moeite!
Ochtendkrant Spits heeft in december ongevraagd een foto van deze website gedownload en bij een artikel afgedrukt. En dat was een beetje stout van ze: natuurlijk wisten ze ook drommels goed dat je niet zomaar foto's van iemand anders mag gebruiken. Om het weer een beetje goed te maken stuurde ik ze een factuur van honderd euro voor de plaatsing van de foto. Een paar dagen later kreeg ik tot mijn verbazing een enigzins bedremmeld klinkend telefoontje van de Telegraaf (het moederbedrijf van de Spits) met de mededeling dat ze de factuur zo snel mogelijk zouden betalen. Zo hoort het ook!
Tegen de weersvoorspelling in blijkt de ochtend helder, koud en zonnig: een ideale winterwandeldag dus. En zo kuieren we op deze donderdagochtend op ons gemak door het oude vissersstadje Monnickendam dat op een klein half uur bussen van Amsterdam ligt. Aan de rijkversierde gebouwen en de enorme St. Nicolaaskerk te zien was dit Zuiderzeestadje ooit zeer welvarend. Monnickendam bestond vroeger voornamelijk van de visverwerking maar ook vandaag de dag zijn er nog enkele palingrokerijen. Bij de haven passeren we er een. Er staat ook een grappig bronzen beeld van een palingroker.
Na een uur over de dijk duiken we landinwaarts en wandelen het dorpje Zuiderwoude in. Met zijn fraaie kerkje en houten huisjes is het bijna een idylle in de polder. De theetuin aan het einde van de enige straat is helaas gesloten. Na Zuiderwoude lopen we dwars door de drassige weilanden langs een gerietkraagd vogelmeer naar Uitdam. Helaas is ook hier het dorpscafé gesloten en we hebben spijt dat we zo weinig proviand in onze rugzak hebben gedaan vanochtend. Het blijft prachtig weer en ondanks twee knorrende magen stappen we fluks door langs het Kinselmeer naar Durgerdam, het vierde en laatste Waterlandse dorp van vandaag. Amsterdam ligt om de hoek maar dit Zuiderzeestadje bewaren we voor de volgende keer.
Achteraf gezien liep er een rode draad door de woensdag. In het Tropenmuseum bezochten we 's ochtends een tentoonstelling die gewijd was aan Het Kwaad in al zijn gestaltes: duivels en verschrikkingen, maar ook natuurrampen. In dat licht was het een beetje vreemd dat het museum niet meedeed aan de drie minuten stilte voor de slachtoffers in Azië. Wij deden wel mee en keken zwijgend het kwaad in de ogen:

's Middags zagen we de aangrijpende film Der Untergang over Hitlers laatste dagen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Doordat het verhaal nuchter en zonder enige oorlogsromantiek in beeld wordt gebracht krijgt de film een zeer beklemmende lading. Acteur Bruno Ganz laat Hitler zien als een radeloze, meelijwekkende oude man die miljoenen doden op zijn geweten heeft maar het afmaken van zijn eigen herdershond niet kan aanzien. Zware kost, maar zeer aanbevelenswaardig.
Ik kan me niet herinneren ooit in Volendam geweest te zijn. Alleen al het noemen van de naam van het Waterlandse visserdorpje bezorgt me nare visioenen van patat- en ijsetende Amerikanen en hordes Japanners met hun digitale uitklapschermpjes. Ik krijg spontaan last van ingebeelde klanken van trekharmonica's en banjo's. Bovendien is de vreselijke Volendamse nieuwjaarsbrand van vier jaar geleden ook al geen goede referentie.
Maar het Zuiderzeepad loopt dwars door de geboorteplaats van de beroemde palingsound en dus liepen wij gisterenmiddag over de Zuidpolderzeedijk van het schitterende Edam naar Volendam. En wie denkt dat er op een koude winderige januarimaandag geen toeristen zijn heeft het mis: een handvol vreemdelingen vulden de kitscherige straatjes met Spaanse, Russische en Engelse klanken. Ik vraag me werkelijk af of ik een paar weken geleden in Luxor een even juist beeld van Egypte heb gekregen als de toeristen in Volendam van Nederland...








