Mijn excuses dat ik gisteren de hele avond telefonisch in gesprek was maar niet heus. Mijn splinternieuwe huisgenootje was namelijk in slaap gevallen op de vensterbank. Dat doet hij de hele tijd maar dit keer was het doekje waarop hij lag langzaam aan het schuiven gegaan op de gladde vensterbank (die gemaakt is van een hard soort rubberachtig donker materiaal waarvan ik even niet op de naam kan komen maar waar je heel speciale olie voor nodig hebt om hem mee in te wrijven) met als resultaat een valpartij en een luide miauw van schrik van onderhavig knuffelbeest. Mijn excuses ook voor deze lange zin. Met Knuf is verder alles goed maar ik zag vanmorgen pas dat hij in zijn val de telefoonhoorn eraf had gestoten. Dáárom.

Op zich is het natuurlijk niet zo heel verwonderlijk dat de grote én de kleine Appie en zelfs de Aldi op paaszaterdag al om half één zonder eieren zaten. Maar grrrr! Ik heb juist dit weekend heel veel eieren nodig!
En zo stond ik daarnet — na een heldere ingeving — tussen de Marokkaanse huisvaders een doos eieren af te rekenen bij de halal slagerij & levensmiddelenzaak 'Tanger' hier op het plein. "Prettig Pasen! Beslèma!" riep de slagersjongen me vriendelijk lachend toe.

Ik denk dat van alle producten in de supermarkt de Toblerone-chocoladereep - langwerpig en driehoekig - nog het meest lijkt op een kassa-beurtbalkje. Dat vond het kassameisje ("Houdoe!") ook en díe kan het weten. En dus riep ze gisteren halverwege mijn boodschappen: "Bonuskaart? Zegeltjes? Airmiles?" Maar ik vond het nog een beetje vroeg voor dat soort vragen en bovendien lagen mijn vlokken, bananen en m'n halfje bruin nog op de band.
Er viel een vragende stilte die pas langzaam oploste met het rood worden van het hoofd van het kassameisje. Giechelend haalde ze de Toblerone terug uit het gootje voor de beurtbalkjes en haalde hem over de scanner, net als de rest van mijn boodschappen.
"Bonuskaart? Zegeltjes? Airmiles?" "

Sinds gisteren heb ik een nieuw huisgenootje. Hij is prettig in de omgang, kan zich prima in z'n eentje vermaken maar is toch aanhankelijk. En zo te zien heeft Knuf zijn nieuwe plekje onder de zon al gevonden!
Er lijkt een soort appelflauwte te heersen in weblogland. Misschien is het voorjaarsmoeheid? Ik vind dat altijd een matige smoes voor mensen die overal wel een depressie uit weten te slepen. Ze rollen van hun winterdepressie meteen in een voorjaarsmoeheid. Ikzelf heb op dit moment slechts gebrek aan twee dingen: vakantie en inspiratie. Maar dat laatste was inmiddels al wel duidelijk natuurlijk. Iemand nog een muze te leen?
Een auto scheurt door rood, een stoplicht springt op groen. Op het kruispunt is altijd wat te doen. Zoals de spectaculaire landing daarnet van een traumahelikopter op het grasveldje naast ons kantoorpand. Vlak voor mijn neus voltrok zich vervolgens een haast militaire operatie die werd uitgevoerd door vliegend en rijdend medisch personeel, politiewagens en ondersteunende diensten. Ondanks mijn nieuwsgierigheid bleef ik op gepaste afstand van het veldhospitaal en ik heb dus ook niets van de eventuele slachtoffers gezien. Maar ik hoop dat niemand zijn leven heeft moeten geven voor de haast of stommiteit van een ander...
De meestgehoorde kritiek op Un long dimanche de fiançailles is het feit dat de film meer vorm dan inhoud zou zijn. Maar dat vind ik een verkeerde interpretatie: regisseur Jeunet gebruikt — manipuleert zelfs — juist de vorm om de échte inhoud van zijn verhaal te vertellen. Wat mij betreft gaat de film over de kracht van de verbeelding. Preciezer gezegd: Mathilde's naïef-optimistische geest is zelfs zó krachtig dat ze de werkelijkheid naar haar hand zet. En daarmee ook de werkelijkheid van de film zelf. Want hoe kan een zinnig mens nu de gruwelijkheid van de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog als werkelijkheid accepteren? Niet voor niets maakt Mathilde haar geliefde Manech uiteindelijk onsterfelijk door hem terug te vinden als een gelukzalige engel, met een door geheugenverlies gelouterde geest. Een meeslepend meesterwerk.
Aan de muziek van beide bands kun je vrij goed horen dat zowel Madrugada als Washington uit de dezelfde Noorse provincie — Troms — afkomstig zijn. Maar het gaat weer iets te ver om die laatste als navolgers van de eerste te beschouwen. Want gisteren liet Washington in W2 in Den Bosch zien dat ze ondanks hun nog korte muzikale carrière een indrukwekkend en onderscheidend optreden kunnen weggeven. Voor zo'n honderd man publiek speelden de drie jonge muzikanten met veel overtuiging de wonderschone liedjes van hun eerste volwaardige album 'A New Order Rising'. Het was een bijzonder concert met talloze momenten van hardnekkig kippevel. Van het soort dat ik eerder opliep bij optredens van bijvoorbeeld Madrugada.

Okee dan. Gooi die kerncentrale bij Borssele maar dicht hoor. Mijn splinternieuwe fleecetrui levert meer electriciteit dan die hele splijtreactor daar in Zeeland. Daarnet trok ik het ding uit en ik begon meteen te zoemen. Zzzzzoemmmm! Mijn collega's keken geschrokken om zich heen. "Blijf maar even uit mijn buurt", waarschuwde ik, "voordat ik iemand per ongeluk electrocuteer." Ik gaf vandaag een nieuwe medewerker een hand en de arme jongen zit nu nóg een beetje beduusd op een stoel voor zich uit te kijken. Lekker begin van je nieuwe baan zeg. Wee de kat of ander klein mak huisdier dat mij vriendelijk een kopje komt geven. Knetter! Weg Poekie! Ik heb dringend behoefte aan ontlading.
Afgelopen zondagochtend zaten we aan een uitgebreid ontbijt in een tuinkamer die uitkeek over een grote besneeuwde tuin. Reusachtige ijspegels hingen aan het rieten dak in de ochtendzon te glinsteren. Vanuit de Blaricumse villa leek de buitenwereld wel een sprookje, zo mooi. De vermoeidheid van de loodzware maar schitterende wandeltocht van gisteren was verdwenen en had plaatsgemaakt voor nieuwe zin om verder te wandelen in deze ijskoude winterwereld. Hoe ongelofelijk mooi Nederland was afgelopen weekend kun je hier zien. Een wandelverslagje volgt later.
Minstens één keer in je leven moet je een toneelstuk van Shakespeare hebben gezien, nietwaar? Liefst in een uitvoering door misschien wel het beroemdste toneelgezelschap aller tijden: de Royal Shakespeare Company. Maar die doen de hele avond over een Hamlet, Macbeth of Othello. Nee, als je het meteen goed wilt aanpakken dan ga je naar een voorstelling van de Reduced Shakespeare Company. Dit gesjeesde gezelschap speelt alle 37 toneelstukken van Shakespeare in ruim anderhalf uur. Dat schiet tenminste op!
De toneelacteurs Peter Brooke, Ryan Ellsworth and Adam Millard voerden gisteren in een vrijwel uitverkocht Chassétheater hun populaire 'The complete works of Shakespeare (abridged)' op. Een hilarisch geheel van stunts, slapstick en woordspelingen. Wat dacht je van een rapversie van Othello, een scene uit Hamlet met een poppenkast en alle koningsdrama's samengevat in een spannende rugbymatch? "Nadat we alle onbelangrijke karakters en scenes eruit hadden geknipt", verklaarde ooit een van de schrijvers, "hielden we precies over waar de mensen voor komen: sex en geweld." Maar niet alles is even kolderiek, er zitten ook geniale vondsten tussen zoals als deze, uit Romeo and Juliet: "What's in a name, anyway? That which we call a nose By any other name would still smell."
Een heerlijk avondje toneel. En ik ben weer helemaal bij met Shakespeare!
Nadat de jonge co-assistent twee verdovingen in mijn bovenkaak had gezet stond hij een tijdje naar de röntgenfoto's te turen terwijl mijn kaak de gelegenheid had om gevoelloos te worden. Na vijf minuten was het alsof ik de tanden van een ander in mijn mond had. De show kon beginnen...
"Doe jij deze maar", zei de kaakchirurg tegen het groentje. We werden allebei een beetje zenuwachtig van deze uitspraak, de co-assistent en ik. Mijn gezicht was afgedekt zodat ik niet kon zien, maar wel kon horen hoe hij aan het rommelen was met zijn instrumenten. "Begin maar hoor!" hoorde ik een stem vlak boven mij zeggen. Een metalen hevel verdween in mijn mond. Ik nam aan dat dat ding zo heette omdat ik zo stom was geweest om te vragen hoe ze te werk zouden gaan. "We hevelen hem eruit", was het antwoord. Ieieie!
Ik sloot mijn ogen. "Wil je hem zien?" vroeg de co-assistent vriendelijk. "Dat had je niet verwacht hè, dat het nu al klaar zou zijn?" Ik schudde mijn hoofd. "Ik ook niet eigenlijk", lachte hij een beetje bedremmeld. Ik keek naar de verstandskies die op zijn groengehandschoende hand lag. "Web ebmee!" lachte ik als een boer zonder kiespijn. Nou ja, een beetje napijn dan. Vandaag ben ik thuis even heerlijk rustig aan het bijkomen.







