Toen Knuf vorige week een steeds perfectere 'just out of bed'-look begon te ontwikkelen en zich bovendien opnieuw had opengekrabt, ditmaal net naast zijn oog, werd het tijd om de dierenarts met een bezoekje te vereren.
Nadat de dierenarts onze minitijger gekamd, bepoteld en zelfs met een UV-lamp beschenen had, sprak ze haar oordeel uit: "Uw Knuf heeft last van seizoensgebonden atopische dermatitis".
"Watte?"
"Hooikoorts!"
Knuf heeft een injectie tegen de jeuk gekregen en als die binnen twee weken niet helpt, moet-ie aan de pillen. Maar vooralsnog gaat het erg goed met het beestje: zijn vacht ziet er weer florissant uit en hij krabt zich bijna niet meer.

Toen Marieke afgelopen zondag op de trampoline stond moest ze meteen aan deze foto denken.

Als je je ideale concertavond mocht samenstellen, hoe zou die er dan uitzien? Op het podium staat natuurlijk een van je favoriete bands. En uiteraard geven ze het beste optreden dat je ooit van ze zag. Nieuwe nummers zouden verassen terwijl de oude nog nooit zo goed klonken. De zaal zelf is modern, niet al te groot en beschikt over een uitstekend geluid en dito airconditioning. Het concert zou ongeveer driekwart uitverkocht zijn. Het publiek? Razend enthousiast en jawel: het praat niet op harde toon dwars door alle nummers heen. Nog meer wensen? Een bar zonder muntjes, aardige medewerkers en gratis parkeren om de hoek. Het concert zou netjes op tijd beginnen en na afloop zou er gezellig nagepraat worden.
Bestaat niet? Toch wel: afgelopen zaterdagavond was ik namelijk bij het optreden van Madrugada in de Warande in Turnhout, net over de Belgische grens. En het was goed!
Vorige week logeerden we een paar dagen in Old Tom, een gemoedelijk Belgisch familiehotel aan de Grote Markt in Ieper. Vanuit het zolderkamerraam keken we uit over de middeleeuwse huizen aan de overkant van de markt en de immense Lakenhalle, het pronkstuk van de stad. Maar hoe fraai en statig Ieper ook oogt, zo grimmig is haar verleden. Rondom de stad werd in de Eerste Wereldoorlog vier jaar lang een bloedige strijd gevoerd, die uiteindelijk aan meer dan 500.000 soldaten het leven kostte. Zowel de stad als de ommelanden waren na de oorlog veranderd in een kapotgeschoten maanlandschap. Na de oorlog is de stad in veertig jaar tijd steen voor steen heropgebouwd. Veel huizen, die eeuwen oud lijken, hebben een geveldatum van 1922, 1923...

Nog altijd worden meer dan honderdduizend soldaten vermist. De namen van de Britse vermisten werden in de enorme Menenpoort gebeiteld en toen die vol was, in de vermistenmuur van de begraafplaats Tyne Cot bij Passendale. En onder de Menenpoort wordt sinds 1928 iedere avond om stipt acht uur The Last Post geblazen. Dit eerbetoon aan alle gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog wordt vaak druk bezocht, zeker de laatste jaren, waarin de belangstelling voor de oorlogsgeschiedenis van Ieper steeds groter wordt.

Zaterdag maakten we een lange fietstocht langs de frontlinie van 1915, nu een lieflijk landschap dat onder een heerlijk voorjaarszonnetje een schril contrast vormt met de tienduizenden die hun laatste rustplaats hebben gekregen in de Vlaamse velden. De militaire begraafplaatsen liggen er mooi bij; ze worden keurig verzorgd door de Commissie voor Oorlogsgraven van het Gemenebest. De jongens die er begraven liggen, zijn bijna allemaal rond de twintig jaar oud. Soms is er een poppy (klaproos), hét symbool van de Eerste Wereldoorlog, bij een grafsteen in de grond gestoken. We werden er stil van, daar in Ieper. Maar ondanks haar inktzwarte geschiedenis is het Ieper van vandaag een aangename stad waar het leven goed is en waar je gastvrij wordt onthaald. Op de terrassen worden pintjes geschonken en op de Vlaamse velden wordt geploegd, zoals het hoort.







