COAST TO COAST

In de zomer van 2004 liepen Dim en ik het beroemde Engelse wandelpad van St. Bees aan de Ierse Zee naar Robin Hood's Bay aan de Noordzee. De ongemarkeerde maar goed gedocumenteerde Coast to Coast Walk is ruim driehonderd kilometer lang en voert door drie nationale parken: het ruige Lake District, de eenzame Yorkshire Dales en de woeste North York Moors.

datum 2/7/04
Naar de Ierse Zee

Om 21.15 uur vertrekt de veerboot 'Pride of Hull' van P&O Ferries uit de haven van Rotterdam. Vanaf het achterdek kijken we toe hoe het enorme schip voorzichtig uit het dok manoeuvreert en de Nieuwe Waterweg op vaart. Om 22.00 uur passeren we Hoek van Holland, daarna volgt het ruime sop. Door de harde zuidwestenwind is het behoorlijk onstuimig op zee; zwalkend zoeken we in de lange gangen naar evenwicht (en naar onze hut). Eenmaal in onze kooi vallen we allebei al gauw in slaap.

datum 3/7/04
St. Bees

Om 6.30 uur gaat de wekker. Pas als ik onder de douche sta wakker te worden, realiseer ik me dat ik vergeten ben om de tijd een uur terug te zetten. Ondertussen is Dim ook wakker geworden van mijn gestommel en bromt "Welkom in Engeland!" van onder zijn dekbed. Om hem niet verder te storen sluip ik naar buiten, het achterdek op. Zowel aan stuurboord als aan bakboord is dan al land in zicht: de oevers van de Humber, het estuarium dat Hull verbindt met de Noordzee.

Om 8.15 uur komen we aan in de haven van Hull en stappen we bij reisbegeleider Herman in zijn rommelige busje, dat tot de nok toe is volgestouwd met bagage en allerlei andere spullen. Met nog zes wandelaars erbij zakt het ding haast door zijn assen. De andere twaalf wandelaars reizen samen met kokkin Karin per trein verder. Tijdens de rit vertelt Herman enthousiast over de driehonderd kilometer lange wandeling die ons te wachten staat en die hij zelf al twee keer heeft gelopen. Ondertussen wordt de lucht steeds donkerder en begint het te regenen. Maar niets is zo veranderlijk als het weer in Engeland, zo houdt optimist Herman ons bemoedigend voor. En inderdaad, als we om 14.30 uur aankomen in St. Bees, het aan de Ierse Zee gelegen beginpunt van de Coast to Coast Walk, schijnt de zon.

St. Bees Head

St. Bees is een kleine kustplaats die in de zevende eeuw op de kaart is gezet door de nonnen van het klooster St. Bega. Alleen de kerk staat er nu nog: de Priory Church of St. Mary and St. Bega, die is opgetrokken uit rode zandsteen. Op het strand liggen ronde kiezels in ongeveer dezelfde kleur. Ik raap er twee op: een om, zoals de traditie van de Coast to Coast Walk voorschrijft, van de ene zee naar de andere te dragen en een om als aandenken te bewaren. We lopen een stukje langs de kust, maar veel stelt het eigenlijk niet voor. Om erosie tegen te gaan is een betonnen zeewering aangelegd, die met wat bankjes erop dienst doet als boulevard. Bij vloed bestaat het strand uit een hoop stenen tussen de golfbrekers. Bij eb is het een indrukwekkend brede zandvlakte vol stinkend zeewier en dode krabbetjes.

We wandelen naar de plaatselijke pub, met de toepasselijke naam Coast to Coast Pub, en proosten op de honderdnegentig mijlen lange route van kust naar kust, die in 1972 is uitgestippeld door de wandelende schrijver (of schrijvende wandelaar) Alfred Wainwright. Hij tekende zijn belevenissen - letterlijk - op in een 'pictorial guide', die onderweg als leidraad zal gaan dienen. We bladeren er alvast doorheen om een indruk te krijgen van wat ons zoal te wachten staat - we hebben er zin in! We keren tegen 17.00 uur terug naar de camping, waar Herman een briefing - compleet met kaarten en schetsboek - houdt en Karin ons een stevige maaltijd voorschotelt. De avond trakteert ons daarna op een prachtige zonsondergang en pas als de laatste zonnestralen door de Ierse Zee lijken te zijn opgeslokt, ritsen we onze slaapzakken dicht.

etappe 1 — datum 3/7/04 — afstand 23 km
Van St. Bees Head naar Ennerdale Bridge

We worden wakker van geroffel op het tentdoek: het plenst. Maar het is nog vroeg en we hoeven er gelukkig nog niet uit. We wachten in onze slaapzakken af totdat de grijze wolkenmassa's zijn overgewaaid en een waterig zonnetje doorbreekt. Karin blijkt ondertussen de ontbijttafel al op z'n Hollands te hebben gedekt: zakken bruinbrood, potten pindakaas, chocoladepasta en jam, pakken hagelslag, blokken kaas, kuipjes boter, kannen koffie en thee, enzovoorts. We smeren meteen boterhammen voor ons lunchpakket. Herman deelt de wandelkaarten uit en geeft iedereen nog een appel, chocoladereep en bakje yoghurt mee voor onderweg. Het is dan 9.30 uur en we zijn er klaar voor! "Niet vergeten om je linkervoet nog even in de Ierse Zee te dompelen!" roept Herman ons na. Ook dat is een traditie die bij de Coast to Coast Walk hoort en dus gaan op het strand van St. Bees de linkerschoen en -sok weer even uit. Daarna is aan alle tradities voldaan en kan de voettocht écht beginnen.

We beklimmen de kliffen South Head en North Head ten noorden van St. Bees, twee indrukwekkende rotspunten van rode zandsteen. Het pad ligt zo'n negentig meter boven zee en voert langs weilanden vol gewassen en schapen, broedplaatsen voor vogels en allerlei mooie wilde bloemen. Het is aardig opgeklaard en we zien aan de horizon het eiland Man en de zuidkust van Schotland liggen. We genieten van de zilte zeewind door onze haren. "One mile done," schrijft Alfred ons bemoedigend, "and still going strong!" Die eerste mijl wordt gemarkeerd door de vuurtoren van St. Bees, gebouwd in 1866 nadat twee voorgangers door brand waren verwoest. Nog steeds is het licht van deze vuurtoren op zee over een afstand van 40 kilometer zichtbaar en dat is nodig ook, want de kust is hier buitengewoon verraderlijk.

Ter hoogte van Birkhams Quarry nemen we afscheid van de Ierse Zee. Het pad gaat hier landinwaarts en pas over een kleine twee weken zullen we weer zee - maar dan natuurlijk de Noordzee - zien. Alfred gebiedt ons ondertussen het uitzicht op de rokende schoorstenen en andere lelijkheid van de zware industrie rond Whitehaven te negeren: "De mens moet ergens van leven, nietwaar." Hij vraagt ons om in plaats daarvan vooruit te kijken, naar de horizon, waar de groene toppen van het Lake District al opdoemen.

Op het tussenliggende platteland komen we erachter dat de Engelsen zich hebben uitgeleefd op het bedenken van allerlei sloten, hendels, haken en andere vernuftigheden om hekken mee af te sluiten. Het 'right of way' wordt op die manier een ware uitdaging. We rammelen met kettingen, peuteren aan hendels en haken en trekken en duwen aan onwillig hang- en sluitwerk. Eroverheen klimmen gaat sneller! We passeren zo al klauterend het gehucht Moor Row en wandelen via Wainwright Street (inderdaad, genoemd naar) het dorp Cleator in.

Langs de Flatfell op weg naar het Lake District.

Het door Alfred zo bejubelde pad over de Dent is afgesloten voor wandelaars maar er is een alternatief: over de bijna net zo hoge en minstens net zo groene Flat Fell. Het enige nadeel is misschien dat er geen pad is en wij ons dus lukraak een weg omhoog moeten banen, door weilanden waar het gras tot aan de schapenbuiken groeit. De beesten blaten ons verbaasd na. Maar we laten ons niet van de wijs brengen door hun gemekker: het uitzicht over de omgeving is prachtig. Alfred had gelijk. Het panorama is weidser dan je zou verwachten van een paar honderd meter hoge bult. We kijken vanaf Swinside End uit over de kuststreek van Cumberland, met dorpjes her en der uitgestrooid in het groene landschap en de Ierse Zee als een blauwe streep aan de horizon. De toppen van het Lake District zijn dichterbij dan ooit maar die moeten wachten tot morgen.

Pillar (892m) in de wolken.

Vanaf Flat Fell hoeven we nu alleen nog maar af te dalen naar Ennerdale Bridge. We laten de heuveltop achter ons en dalen af, het kale ravijn Nannycatch in. Het gekabbel van de beek wordt overstemd door het geraas van verkeer: ons eindpunt van vandaag is niet ver meer. Herman zal ons komen ophalen in de Fox & Hounds Pub in Ennerdale Bridge maar die uitspanning blijkt zijn beste tijd te hebben gehad. De ramen zijn dichtgetimmerd, de verf is afgebladderd, het uithangbord hangt er treurig bij. Gelukkig kan in de nabijgelegen Shepherd's Inn nog wel het een en ander voor ons worden ingeschonken. Herman plukt ons achter de glazen vandaan en brengt ons naar de afgelegen jeugdherberg waar we zullen overnachten. In de omgeving is niets of niemand; we zijn slechts omringd door bergen, bomen en beekjes. Het is er heerlijk rustig.

etappe 2 — datum 5/7/04 — afstand 23 km
Van Ennerdale Bridge naar Rosthwaite

Het is natuurlijk ongepast om ook maar een kilometer van de Coast to Coast Walk niet te belopen en dus brengt Herman ons terug naar Ennerdale Bridge, waar we de route gisteren hebben verlaten. We negeren de vloeibare verleidingen van de Shepherd's Inn en verlaten het dorp via een fraaie boslaan, die uitkomt bij het prachtig gelegen Ennerdale Water. Het is een van de meest westelijk gelegen meren van het Lake District en wordt geflankeerd door ruige heuveltoppen met stoere namen als High Stile en Red Pike. Ennerdale Water doet dienst als waterreservoir voor de South Cumberland Water Board maar is ook een prima visvijver voor liefhebbers van forel.

Ennerdale Water.

Langs de zuidoever van Ennerdale Water ligt een slingerend rotspad net boven de waterlijn. Angler's Crag staat hier pootje te baden en wij klauteren over zijn knokige voeten. Een van de grijze rotspunten is begroeid met varens en heeft de naam Robin Hood's Chair meegekregen. Het is onbekend of de Engelse volkslegende hier ooit heeft gezeten maar het zou zomaar eens kunnen want het uitzicht is fenomenaal. Het nodigt uit tot een korte pauze en die nemen we dan ook, voordat we onze weg in oostelijke richting vervolgen. Het pad wordt van smal en rotsachtig tot breed en glibberig. Stroompjes water klateren vanaf de hellingen naar beneden en bruine modderplassen versperren ons meer dan eens de weg. De varens worden bomen en de bomen worden weilanden. Ennerdale Water verandert langzaam van een prachtig blauw meer in een drassig groen moeras. Het enige water is dan nog de rivier Liza, die in de zomer eigenlijk niet meer is dan een ondiepe beek waarvan de bodem is bezaaid met keien. Aan de andere kant van de lage houten brug wacht een tamelijk saaie bosweg op ons.

Is er geen alternatief voor ruim zes kilometer grind tussen de bomen door? Jawel, er is een hooggelegen route over High Stile, maar Alfred waarschuwt ons: gewone stervelingen doen er verstandig aan die niet te volgen. Dus zuchten we een keer diep, zetten de benenwagen in gang en stappen het vlakke Ennerdale Forest in. Het lijkt een fraai bos maar tussen het groen gaat veel leed schuil, zo spiegelt Alfred ons voor. De naaldbomen maken onderdeel uit van een grote houtplantage. In de verte horen we het geronk van motorzagen en bulldozers. Als we dichterbij komen zien we het troosteloze slagveld dat de houtwinning heeft achtergelaten: een kale vlakte vol zand, stenen en boomstronken.

De Black Sail Hut moet wel de meest afgelegen jeugdherberg van heel Engeland zijn. Het eenvoudige stenen onderkomen staat aan de voet van Great Gable, op zompig grasland tussen blatende schapen. Karin deelt koffie, thee en cake uit en die versnaperingen worden meteen omgezet in de nodige energie, want daar waar de Loft Beck het gletsjerdal in stroomt wacht een lange klim op ons. We volgen al klauterend de loop van de waterval over gladde stenen naar boven.

Bovenop Honister waaien we bijna uit onze windjacks. De enorme rotsblokken die overal verspreid liggen bieden nauwelijks beschutting tegen de wind. Trots staan we met wapperende haren op het hoogste punt van de wandeling van vandaag: een bult van een schamele zeshonderd meter. Het uitzicht is echter dat van een ware bergbeklimmer en we vergapen ons aan de wereld aan onze voeten: de langgerekte gletsjerdalen van Ennerdale, Buttermere en Crummock met de karakteristieke meren, van elkaar gescheiden door de ruggengraat van High Stile. Dankzij de voormalige steengroeven bij Honister Pass kunnen we een oud spoorlijntje volgen, waarlangs vroeger de stenen in gammele karretjes naar beneden werden gebracht. Een deel van de rails ligt er nog en het brede spoor leidt ons regelrecht naar de doorgaande asfaltweg.

Seatoller in het Borrowdale.

Gelukkig hoeven we niet pal langs voortrazende auto's te lopen; de oude tolweg tussen Honister Pass en Seatoller is een prima alternatief voor wandelaars. Het is een deels geplaveid pad dat tussen de mooie landerijen door slingert. We lopen langs de oevers van Hause Gill en passeren talloze stenen muurtjes die zo karakteristiek zijn voor het Lake District en die tegenwoordig onder de Engelse monumentenzorg vallen. De koeien en de schapen in de weilanden zijn aan wandelaars gewend, ze kijken niet op of om en grazen rustig verder. Hun gras is groen en sappig want deze omgeving draagt niet voor niets de dubieuze titel 'natste plaats van Engeland'. Gelukkig vallen de eerste regendruppels pas als we al ontspannen in de pub in Rosthwaite aan de thee zitten. Als we onze tenten opzetten op de primitieve camping net buiten het dorp is het alweer droog.

etappe 3 — datum 6/7/04 — afstand 15 km
Van Rosthwaite naar Grasmere

Vanaf de camping pikken we meteen de route weer op en verlaten Rosthwaite via de loop van Stonethwaite Beck. Het smalle pad langs het riviertje is bezaaid met stenen en gaat gestaag de hoogte in. Soms moeten we over de stroompjes van kleine watervallen springen. Als we over onze schouder terugblikken kunnen we Alfred alleen maar gelijk geven: Borrowdale is inderdaad betoverend mooi. De vallei is een prettige chaos van uitbundige lijsterbessen, statige berken, grijze rotsen, groene velden, stenen muurtjes, slingerende wegen en witte landhuizen.

Hogerop verandert de Stonethwaite Beck in Greenup Gill, genoemd naar de bergwand Greenup Edge waar we naar toe zullen klimmen. Ondertussen wordt het dal steeds nauwer en de helling steeds steiler. De heuveltoppen Long Band en Sergeant's Crag kijken streng op ons neer. We ploeteren tot aan Lining Crag en gaan dan even zitten. We hebben de dop nog niet van de thermosfles geschroefd of een Engelsman levert al commentaar op onze ingelaste pauze. "Wat is volgens u dan een geschikt tijdstip voor thee?" vragen we. Hij denkt even na en dan schudt zijn buik van het lachen: "Any time is tea-time!"

Halverwege het venijnigste stukje van de klim komen we hem opnieuw tegen, behangen met landkaarten en mopperend op de uitdaging zoals Alfred die heeft beschreven. We groeten hem in het voorbijgaan en met een verongelijkt gezicht kijkt hij ons na. "We zijn er bijna, hoor!" roep ik bemoedigend en wijs naar de stompe rotspunt die Greenup Edge zou moeten zijn. "Bijna?" roept hij. "Bijna? We zijn nog niet eens halverwege die bult!" Hij tikt corrigerend op mijn verzameling landkaarten. "Jij leest zeker je routekaart ondersteboven. Ik zou je honderd pond geven als je gelijk had!" Hij mompelt iets over stug doorgaan en over watjes en doorzetters en hij veegt de zweetdruppels van zijn gezicht. En hij zet vervolgens een flinke inhaalslag in, want zijn vrouw ligt inmiddels aardig op hem voor. "Ik kom eraan, lieveling van me! Ik ben geen watje!" schalt het over de helling. Het komt er niet erg overtuigend uit.

Uitzicht op Grasmere vanaf Helm Crag.

Eenmaal boven bepalen we gezamenlijk onze positie en stelt hij zich aan ons voor als Brian. Als we het eens zijn over het te volgen pad en weer opkijken van de routekaart is zijn vrouw Abigail er alweer vandoor: "Ik weet het zeker, we moeten deze kant op!" "Als je eenmaal getrouwd bent heb je niets meer te zeggen", verzucht Brian en snelt er maar weer achteraan. Maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. De top van Greenup Edge is een drassig heideveld waar we tot aan onze enkels in wegzakken. Abigail struikelt en verzwikt haar enkel. Brian waadt naar haar toe. "Wacht even, mijn vrouw zinkt! Hou vol, ik kom je redden, engeltje van me!" Wij moeten zo hard lachen dat we niet eens meer voelen hoe de modder in onze schoenen kruipt.

Onze beloning na een flinke wandeling: high tea and scones.

Vanaf Greenup Edge kunnen we letterlijk twee kanten uit naar Grasmere: via de toppen Calf Crag, Gibson Knott en Helm Crag of via de oevers van Far Easedale Gill. We laten ons overhalen door Alfred: "De leukste wandeling is een bergwandeling en de leukste bergwandeling is een bergkamwandeling en de leukste bergkamwandeling is er een die verschillende bergtoppen met elkaar verbindt." Tegen zulke wijsheid hebben wij niets meer in te brengen en we gaan linksaf. De zon breekt door en speelt met het licht op de groene hellingen. Er lopen maar weinig wandelaars op het pad en we voelen ons de koning te rijk. We genieten van de varens en de bloemen en van het weergaloze uitzicht. We volgen de talloze steenmannetjes en wandelen over Calf Crag, Gibson Knott en Helm Crag alsof het maar molshopen zijn. Via de boerderijen rond Goody Bridge bereiken we tenslotte het prachtige maar toeristische Grasmere. De terrasjes zitten vol met wandelaars en we ploffen er neer voor een welverdiende kop thee en een heerlijke scone met boter, jam en room. Herman weet precies waar hij ons zoeken moet en plukt ons achter al het lekkers vandaan om ons naar de camping te brengen, die drie dorpen verderop ligt.


verder »
KAARTJE:


GEGEVENS:

reisdatum
van 2 juli 2004 t/m 18 juli 2004

reisduur
17 dagen

soort reis
wandeltrektocht

reisorganisatie
Voettochten

accommodatie
tent, bunk barns, pension

bezocht
Lake District, Yorkshire Dales, North York Moors

MEER:

foto's
Bekijk het fotoalbum

contact
klik hier als je vragen hebt over deze reis.