



Om half zeven sta ik op om een ontspannende massage te ondergaan: da's nog eens prettig wakker worden! Twee uur later zijn de andere slaapkoppen ook uit bed en na een stevig ontbijt verzamelen we op het grasveldje bij het hotel. Er worden vandaag twee wandelingen georganiseerd: een zware en een lichte. Ik heb me aangemeld voor de zware. Helaas is het wegens de slechte weersomstandigheden van de afgelopen dagen niet veilig om de vulkaan de San Pedro te beklimmen. We zullen onszelf tevreden moeten stellen met een klim naar een bergtop tegenover de vulkaan.
Het eerste stuk gaat met de pick-uptruck en dan te voet verder omhoog, onder begeleiding van een gids. De zon is weer gaan schijnen en we zweten we ons te pletter, want de klim is behoorlijk intensief. Als we na drie uur zwoegen eindelijk bovenop de top staan is de voldoening groot. Ik eet eerst een meegebrachte bananencake op en kijk dan rond. Je kunt vanaf hier het hele Lago de Atitlán zien liggen, de vulkanen erachter en ver onder ons het dorp San Pedro La Laguna. Prachtig is het! Na een korte rustpauze dalen we weer af in ongeveer de helft van de tijd.
Morgen gaan we op bezoek bij een Guatemalteekse familie in Totonicapán. Om toch wat gespreksstof te hebben volgen we in San Pedro een les Spaans. Helaas stelt het niet veel voor, de leraar heeft er weinig zin in vanavond en dus leren Nicole en ik niet veel meer dan '¿Cómo te llamas?' en 'Buenos Días'. Daarmee zullen we het moeten doen. En anders hebben we nog twee handen en twee voeten én een woordenboekje.
Nadat de boot ons heeft teruggebracht naar Panajachel laden we al onze bagage weer in de bus van Carlos. Na nog een blik over onze schouder naar de vulkanen en het meer gaan we op weg naar Totonicapán. Het is niet zo ver en rond het middaguur stappen we uit bij het Casa de la Cultura, een gemeenschapshuis van waaruit allerlei culturele projecten worden georganiseerd. We lunchen in de stad onder het genot (nou ja..) van de muziek van een marimba-orkestje en dwalen daarna nog wat rond in Totonicapán. Aan alles is te zien dat dit een vrij arme stad is, zelfs naar Guatemalteekse begrippen. De huizen en de straten zien er rommelig en verwaarloosd uit.
Aan het einde van de middag komen we weer bijeen in het Casa de la Cultura waar we een aantal kleine groepjes van twee of drie personen vormen. In en rond Totonicapán wonen gastgezinnen die meedoen aan een programma waarbij ze tegen vergoeding voor één nacht kost en inwoning verlenen aan toeristen. Het is een vorm van ontwikkelingshulp die twee verschillende culturen met elkaar in contact brengt. Reisgenoot Jan en ik gaan logeren bij Juana, een verlegen jonge moeder die haar kleine kindje in een kleurige wikkeldoek op haar rug draagt.
Juana neemt ons mee in de bus die ons buiten de stad aan de kant van de weg afzet, waarna we nog even moeten lopen. Hier woont ze, in een armoedig huisje van steen en golfplaat, midden tussen het maïs. Buiten Juana en haar twee jaar oude dochtertje Marina bestaat het huishouden nog uit Juana's goedlachse zus Anna en hun moeder Hilaria, waarvan we aannemen dat ze weduwe is. We maken kennis met de dames, helpen met afwassen en houthakken en komen ondertussen wat meer te weten over het dagelijks leven van deze schuchtere en vriendelijke mensen.
De zussen werken allebei thuis, Juana is spinster en Anna is weefster. Ze laat trots haar houten weefgetouw zien dat in een aparte kamer in het huis staat opgesteld. Ze vertellen dat hun zwager de weefstoffen eens per week naar de markt in Totonicapán brengt. Verder hebben ze nog een koe, een geit en een hond en een heel klein beetje land dat net voldoende maïs opbrengt voor hun dagelijkste behoefte. Het huisje heeft electriciteit en redelijk helder water uit de pomp.
Terwijl Hilaria druk bezig is met koken vermaken we ons kostelijk met de kleine en slimme Marina, die ieders aandacht opeist met haar streken en onuitputtelijke energie. Vooral de meegebrachte strandbal vindt ze te gek! Als Marina, Jan en ik moe zijn van het spelen gaan we eten: gekruide aardappels, gefrituurde kip, tortilla's en broccoli. Het is erg lekker en ik kan nauwelijks geloven dat alles op één klein houtvuurtje is klaargemaakt. Na het eten wassen we af en kletsen we nog wat met Anna, voor zover onze beperkte kennis van het Spaans dat toelaat.
Het slapen gaat redelijk, ondanks de kou, de vochtigheid en het ontbreken van een matras in mijn bed. We staan om half zeven op en kunnen meteen aanschuiven voor flensjes met stroop en koffie. We spelen nog even met Marina, maken een paar foto's en dan is het weer tijd om terug te keren naar Totonicapán. Nadat we afscheid hebben genomen van de familie brengt Juana ons terug naar Casa de la Cultura waar we haar bedanken en gedag zeggen. We ontmoeten de andere reisgenoten weer en delen onze ervaringen.
Halverwege de reis naar Antigua verlaten we de 'Carretera Interamericana' bij Tecpán, waar we Callista ontmoeten. Ze is sjamaan en ze gaat vanmiddag samen met ons een traditioneel Mayaritueel uitvoeren in Iximché, een eeuwenoude heilige plaats van de Kaqchikel-indianen. Sanne heeft alle ceremoniële toebehoren al vooraf gekocht: kaarsjes in allerlei kleuren, briketten om een vuurtje van te stoken, cacao-tabletten, maïs, suiker en kleine flesjes alcohol.
Het ritueel zelf, waaraan ongeveer de helft van de groep meedoet, is een soort inleiding tot de Mayagodsdienst en tegelijk een algemeen bedankgebed aan de aarde, onze voorouders en de vier windstreken. We staan in een grote kring rond het vuur dat we hebben gemaakt en luisteren naar Callista, die voornamelijk Engels spreekt. Af en toe gooien we een kaarsje in de vlammen om een boodschap naar de hemel te sturen of om suiker, cacao en maïs als 'aardse produkten' uit dankbaarheid terug te geven aan de goden.
De oude Spaanse koloniale stad Antigua was ooit de hoofdstad van Guatemala en het bestuurlijk en militair centrum van heel Midden-Amerika. De stad ligt tussen drie grote vulkanen in en werd in de 18e eeuw een paar keer zwaar getroffen door uitbarstingen en aardbevingen. De genadeklap was de grote aardbeving van 1773 die Antigua voor de laatste keer in puin legde. De Spanjaarden verlieten de stad en bouwden op de plek van het huidige Guatemala-stad hun nieuwe hoofdstad. Pas in de 20ste eeuw werd Antigua 'herontdekt' en in 1979 werd de stad als cultureel erfgoed op de lijst van UNESCO gezet.
We komen in de loop van de middag aan in ons hotel, dat aan de rand van de oude stad ligt. Na een warme douche heb ik weer nieuwe energie om op ontdekkingstocht te gaan. Onderweg naar het Parque Central ervaar ik het surrealistisch karakter van deze oude stad. Overal staan half of helemaal ingestorte kerken terwijl de enorme vulkaan de Agua boven de stad uittorent. Het is vanmiddag helaas vrij bewolkt en ik hoop dat er morgen beter licht is om te fotograferen. Aan het einde van de middag tref ik een paar reisgenoten in het prachtige koloniale Cafe Condesa aan het marktplein.
Het is nog donker als we om half zes 's morgens onder de grote poort van het hotel staan te wachten. Ik loop snel nog even naar de overkant van de straat, waar de bakker al open is. We gaan vandaag met een kleine groep de vulkaan de Pacaya beklimmen en daar krijg je vast honger van! Even later komt een bestelbusje voorrijden dat ons naar de Pacaya brengt op ongeveer een uur rijden vanaf Antigua. De route schijnt onveilig te zijn vanwege berovingen en daarom gaat er een gewapende begeleider mee.
Onze beklimming begint in het dorpje San Francisco (1900 m), ongeveer halverwege de helling van de Pacaya. Vanaf hier loopt een ervaren berggids mee die ons naar de top van de vulkaan op 2550 meter zal begeleiden. Het eerste stuk is een niet al te zware wandeling door mooie groene bossen, maar als we na een uur aankomen bij een grote kale vlakte breekt de hel los: flarden zwaveldamp jagen over de helling en het zicht wordt minder dan 25 meter. De ondergrond is inmiddels veranderd in een maanlandschap van zwarte lava. De gids schreeuwt dat de top nog minder dan een half uur lopen is. Weten wij veel dat het échte werk nog moet beginnen...
De kegeltop van de Pacaya is zo'n tweehonderd meter hoog en bedekt met een laag lavagruis waarin we slechts met moeite vooruitkomen. Het pad naar de krater is zeer steil en de wind blaast me bij iedere stap bijna van de richel af. Stapje voor stapje klauteren we achter elkaar omhoog, met een pauze na tien passen. Als we de kraterrand eindelijk hebben bereikt, is de wind aangewakkerd tot een storm die grote hoeveelheden zwaveldamp meevoert. De maffe gids schreeuwt van plezier en schudt ons allemaal de hand. "Congratulations! You made it all the way to the summit!"
Onder normale omstandigheden kun je in de krater turen en de hete lava zien borrelen. De Pacaya is immers een van de twee actieve vulkanen in Guatemala. We merken wel dat de grond erg warm is: als je je hand in een holte steekt is het zelfs gloeiend heet! We genieten even van onze overwinning op deze halsstarrige vuurberg, maar dan wordt de zwaveldamp ons echt te veel en gaan we terug naar beneden. De gids doet voor hoe je op de losse lavakorrels van de steile helling kunt afglijden, alsof het sneeuw is. En terwijl we met een rotvaart van de vulkaantop roetsjen hebben we ineens vrij uitzicht op de wereld onder ons!
's Middags ga ik een kijkje nemen bij de Guatemalteekse bussen op het centrale busstation en daarna verdwalen op de enorme markt. Antigua is behoorlijk toeristisch, maar omdat het verboden is uithangborden en reclame op te hangen is het straatbeeld toch rustig. De bank, het postkantoor en een internetcafé staan op mijn lijstje. Bij een boek- en kunsthandel aan het Parque Central zie ik een prachtig gekleurde steendruk hangen die ik een half uur later opgerold in een kartonnen koker onder mijn arm meedraag. Tevreden met mijn aankoop tracteer ik mezelf nog maar eens op koffie met gebak bij Cafe Condesa.
Antigua is de modernste en meest westerse stad van het land en je kunt er goed stappen. Vandaag is Nicole jarig en dat gaan we vieren in Riki's Bar, een soort studentenkroeg waar veel jonge Amerikanen komen die in de stad Spaans studeren. Daarna stappen we door naar La Casbah, de hipste danstent van de stad, gevestigd in de ruïnes van een oude kerk.
Met veel te weinig slaap achter de rug plof ik in de bus en laat me rijden. We verlaten Antigua en zetten koers naar Guatemala-stad, waar we dwars doorheen moeten. Deze lelijke en vervuilde stad heeft ruim drie miljoen inwoners, waarvan de helft in dicht opeengepakte krottenwijken woont. De rit door de stad duurt een uur en levert in ieder geval een indrukwekkend schouwspel op, maar we zijn blij als we er weer uit zijn.
Naarmate we verder zuidwaarts rijden loopt de temperatuur hoger op en wordt het landschap droger. We rijden nu al een tijdje door het brede dal van de rivier de Motagua, waar we op het heetst van de dag zwemmen en lunchen bij een hotel met een groot zwembad. Daarna rijden we verder naar de Hondurese grens, waar we om een uur of vier in de middag aankomen. Het passeren van de grens stelt dit keer weinig voor — we zijn er nog geen half uur aan kwijt. Weer een half uur later rijden we Copán binnen, een klein plaatsje in de buurt van de gelijknamige ruïnes.
In het gebied dat in het huidige Mexico, Guatemala, Honduras en Belize ligt, bloeide meer dan duizend jaar geleden de beschaving van de Maya's. Hun mysterieuze tempelsteden raakten vergeten in de dichte jungle. We maakten een reis van drie weken door het land van de Maya's en kwamen door oerwouden, langs vulkanen en door koloniale steden.
reisdatum
van 11 oktober 2003 t/m 31 oktober 2003
reisduur
21 dagen
soort reis
avontuurlijke rondreis
reisorganisatie
Baobab
accommodatie
hotels
bezocht
Mérida, San Cristobal, Chichicastenango, Antigua, Tikal, Caye Caulker







